Het nuttig gebruik van snoeihout van houtwallen en houtsingels vormt een alternatieve inkomstenbron voor het onderhoud en behoud van karakteristieke landschapselementen (houtwallen en -singels). Hierdoor behouden we de karakteristieke en authentieke landschappen die onder anderen van belang zijn voor het behoud van de regionale biodiversiteit. Dit project (2004-2008) draagt ook bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

Achtergrond

In de late Middeleeuwen, toen het land werd ontgonnen en gecultiveerd, legden boeren in Zuidoost Friesland houtsingels en houtwallen aan. Enerzijds om hun kavels te scheiden en anderzijds voor de eigen houtvoorziening. Door de lijnvormigheid en dieptewerking van deze beplantingen ontstonden zogenaamde coulissenlandschappen, die zeer kenmerkend zijn voor dit gebied. Daarnaast vormen houtwallen en houtsingels, die in Zuidoost Friesland een gezamenlijke lengte hebben van ruim 2500 kilometer, een rijk ecosysteem voor plant en dier. In de loop der tijd is de oorspronkelijke functie van houtwallen en houtsingels verloren gegaan en tegenwoordig hebben ze vooral een cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en toeristische waarde. Echter, omdat het noodzakelijke landschapsonderhoud met name door de hoge kosten niet voldoende wordt uitgevoerd, dreigen deze karakteristieke landschapselementen weg te kwijnen. De Wet op de Ruimtelijke Ordening verplicht agrariërs weliswaar om houtwallen en houtsingels in stand te houden, maar voor het landschapsonderhoud in dit specifieke gebied zijn geen subsidies meer beschikbaar en blijft het noodzakelijke onderhoud veelal achterwege. Om het onderhoud van het landschap toch betaalbaar te houden, is gezocht naar alternatieve inkomsten. Met de plaatsing van een installatie voor bio-energie is in Beetsterzwaag een perspectief gevonden.

Doel / doelgroepen

Het ontwikkelen van een alternatieve inkomstenbron voor het onderhoud en behoud van karakteristieke landschapselementen (houtwallen en -singels) die onder anderen van belang zijn voor het behoud van de regionale biodiversiteit. Het nuttig gebruik van snoeihout van houtwallen en houtsingels geeft dan ook directe impulsen aan het onderhoud en het beheer van deze cultuurhistorische elementen. Hierdoor blijven de karakteristieke en authentieke landschappen behouden. Het project draagt ook bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

Activiteiten

Dienst Landelijk Gebied (DLG) regio Noord te Groningen voert sinds oktober 2004 het Interreg IIIB North Sea Bio Energy project uit, een Europees project met partners uit België, Duitsland, Nederland en Schotland. In het kader van dit project heeft DLG een verkenning gedaan naar de kansen en mogelijkheden om snoeihout van houtwallen en houtsingels te benutten als biomassa voor de opwekking van duurzame energie. Met de pilot te Beetsterzwaag geeft DLG een stimulans aan de productie en het gebruik van duurzame energie, aan de kwaliteit van het landelijk gebied en aan de werkgelegenheid. De exploitatie van de biomassa-installatie is in handen van agrarische natuurvereniging De Âlde Delte uit Opsterland. De natuurvereniging heeft hiervoor een vennootschap opgericht onder de naam Delta T. Bio Energy BV. De eveneens door de natuurvereniging opgerichte stichting BOOM zorgt voor een continue aanvoer van houtsnippers uit het gebied rondom Beetsterzwaag.

Om de energielevering te garanderen moet jaarlijks ruim 4000m3 houtsnippers worden geleverd. Hiervoor moet per jaar 15-20 kilometer elzensingel worden afgezet. Dit betekent uitgaande van de hakhoutcyclus voor elzensingels van 20-25 jaar, dat 300-400 kilometer onder contract moet worden gebracht. Op regionale schaal is dit de basis voor het duurzaam onderhoud van het agrarische cultuurlandschap. Er ontstaat evenwicht tussen het belang van landbouw en de landschappelijke, ecologische en economische waarde van houtwallen en elzensingels

Resultaten

Energiebesparing - Het jaarlijkse aardgasverbruik van beide instellingen was ongeveer 400.000 m3. Als de houtgestookte verbrandingsinstallatie optimaal draait, voorziet deze in circa 80% van de totale energievraag. Er wordt dus ruim 320.000 m3 aardgas per jaar bespaard. De CO2-reductie t.o.v. het gebruik van aardgas bedraagt op jaarbasis ruim 640 ton
Rendement – Met de installatie in Beetsterzwaag levert de energiewinning uit hout een rendement op van meer dan 90%, dit in tegenstelling tot b.v. bijstook in een kolencentrale waarmee een rendement wordt behaald van max. 30 – 35 %.
Energiekosten – De afspraken met Revalidatie Friesland en School Lyndensteyn over de energielevering door Delta T. Energy BV zijn contractueel vastgelegd en er wordt geleverd tegen een marktconforme prijs. Bij aanvang van het project hebben de energieafnemers een korting van € 5000,- op de stookkosten en dit voordeel kan hoger worden als de actuele gasprijs stijgt.
Werkgelegenheid - het project levert extra werkgelegenheid op, stimuleert innovaties en biedt landbouwers nieuwe perspectieven.
Imago - Het beeld van de landbouw als energieleverancier levert de landbouw een positief imago op. Maar ook het Revalidatiecentrum Friesland en school Lyndensteyn krijgen door de afname van duurzame energie een groener imago.
Behoud landschapselementen - Dankzij de opbrengst van de houtsnippers hebben de houtwallen en -singels een economische functie waardoor hun voortbestaan wordt veiliggesteld.

Deze resultaten zijn breder toepasbaar als men bedekt dat alle gemeenten in meer of mindere mate de beschikking hebben over biomassa in de vorm van snoeihout. Afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid snoeihout maar ook van geschikte locaties met voldoende energieverbruik, zouden er in iedere gemeente 1 of meerdere installaties gebouwd kunnen worden. Geschikte locaties lijken: scholen, ziekenhuizen, verzorgingshuizen, sporthallen, zwembaden, nieuwbouwwijken etc. etc.

Met deze opzet en realisatie van de biomassa-installatie in Beetsterzwaag kan een doorbraak worden bereikt in de aanpak en financiering van het hele landschapsonderhoud en ook het gemeentelijk groenonderhoud. Het streven is om nu te investeren in nieuwe ontwikkelingen, zodat in de toekomst de SAN-subsidie (t.b.v. het onderhoud van de houtwallen en houtsingels) niet structureel meer behoeft te worden ingezet.

Via agrarische natuurverenigingen is waarborging van het landschapsonderhoud mogelijk. Dit betekent ook dat landbouwers het product wat bij onderhoudswerkzaamheden beschikbaar komt ook zelf moeten verwaarden. Feitelijk worden ze dan energieleverancier van een min of meer hoogwaardige grondstof. Daarmee wordt de opbrengst die in de keten kan worden gegenereerd teruggebracht naar de leverancier.

Het project laat zien dat de onderhoudskosten van de landschapselementen, maar ook van het gemeentelijk groenonderhoud en onderhoud van boscomplexen sterk verlaagd kunnen worden, als met het vrijkomende hout geld wordt gegenereerd, door er op een efficiënte manier energie uit te halen. Dit leidt in veel situaties tot een dubbele besparing omdat anderzijds ook nog eens op de composteringskosten van de houtsnippers bespaard kan worden. Gebeurt de energieopwekking regionaal, dan kan er een hoog energierendement worden behaald, stimuleert dit de regionale werkgelegenheid en leidt dit tot minimale transportbewegingen.
De landelijke -, provinciale – en gemeentelijke overheden moeten dan ook nu inzetten op nieuwe innovaties, om het geheel straks rendabel te krijgen. Daartoe is een heldere - en bestendige investeringssubsidie zeer wenselijk om nieuwe projecten van de grond te krijgen. Veel gemeenten ontwikkelen hun eigen energie- en klimaatbeleid. Deze benutting van lokaal geoogste biomassa kan bijdragen aan de uitvoering van dit beleid. Daarnaast is het educatieve element belangrijk, de gemeenschap leert waarderen dat de natuur een waardevolle grondstof levert.

Soortgelijke projecten

Een vergelijkbaar project is in maart 2008 gerealiseerd bij de Ecologiosche zorgboerderij De Mikkelhorst in Haren (Gr). Zorgboerderij de Mikkelhorst is een werklocatie voor mensen met een beperking. De Mikkelhorst streeft ernaar zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn voor wat betreft de energievoorziening. Dit lukt deels met een aantal zonnepanelen. Om de zelfvoorzienendheid te vergroten, is er een houtverbrandingsinstallatie gebouwd met een capaciteit van ca. 150 kW. Voor de energievoorziening komt de inzet van snoeihout uit de gemeente Haren, maar ook de houtsnippers afkomstig van onderhoud van houtwallen en houtsingels uit het buitengebied van de gemeente Haren in aanmerking. Zo levert het landschap ook hier een bijdrage aan een milieuvriendelijke en klimaatneutrale energievoorziening van de ecologische zorgboerderij De Mikkelhorst.

Betrokken partijen

Gemeente

Overig

Provincie

Documenten & links

Main topics covered

  • Climate Change
  • Innovations
  • Financing Biodiversity Management