This site uses cookies in order to function as expected. By continuing, you are agreeing to our cookie policy.
Agree and close

News Blog uit Nairobi op naar CoP 10 nr 2: Valsheid in geschrifte

Optimistisch begonnen aan deze dag. De Hadada-ibissen (zo genoemd vanwege hun roep) lachen ons toe, en opgewekt komen we in Gigiri, waar onze Earthmind mensen een GDM-presentatie mogen geven in de coordinatiebijeenkomst van de Afrikaanse groep. In de plenaire vergadering vervolgens positieve inbreng van Noorwegen, Zwitserland en anderen, zowel ten aanzien van het GDM als ten aanzien van BBOP. Daarna komt er een eerste deukje in mijn optimisime.

Release date 25/05/2010

In het blad ECO (er verschijnen hier allerlei dagelijkse schotschriften, van allerlei afkomst, om de delegaties te informeren en te beïnvloeden) staat een artikel van Simone Lovera, een Nederlandse, werkzaam bij Friends of the Earth International. Ze schrijft over het GDM als een ‘land grabbing mechanism’, en het artikel staat bol van beschuldigingen, verdraaiingen, en gefulmineer tegen de markt als te bestrijden Kwaad. En dat terwijl ECO ons had gevraagd een artikel aan te leveren over wat het GDM wél is (hebben we gedaan), om dat vervolgens naar de prullenbak te verwijzen.

Kritiek is gezond
Nu is kritiek van NGO’s een fact of life, en bovendien gezond. Maar dat is iets anders dan het plegen van valsheid in geschrifte, zonder recht op wederhoor. Dit blaadje diskwalificeert zich en dat hebben we de hoofdredacteur ook laten weten. Zij geeft toe dat dit artikel niet ‘comme il faut’ is.
In de middag loopt mijn humeur een tweede deuk op doordat we doodleuk gaan onderhandelen op basis van de concept-tekst van het CBD-secretariaat in plaats van een document waarin de opmerkingen van alle Partijen zijn opgetekend (zoals gebruikelijk. Het gaat bovendien over geld en financiering, dus de sfeer is al snel te snijden. De Afrikaanse groep profileert zich steeds luider en saamhorig,  en de EU-onderhandelaar verspeelt zijn politieke kapitaal door zout op ieder slak te leggen. Prompt laten de Afrikanen weten het GDM niet te willen: ze zien het als iets van de EU en dus gebruiken ze het om terug te pesten. Fijn. En dat terwijl het GDM, eenmaal in business, naar verwachting het best zal uitwerken voor Afrika.
Uiteindelijk handelen we twee onderwerpen in eerste lezing af: ‘indicatoren en activiteiten voor de mobilisering van fondsen’, en ‘innovatieve financiele mechanismen’, waaronder BBOP en GDM. Om tien uur zijn we terug in het hotel en maken we achter een laat diner en een biertje de stand van zaken op. We spreken een strategie af om Afrika terug aan boord te hengelen, onderandere door ze een workshop aan te bieden om over Afrikaanse pilots voor een GDM te praten.

De volgende dag begint met EU-cooördinatie, lobbyen voor BBOP, teksten over het Jakarta Charter (dat toch weer onder vuur ligt) en met een voorzitterstekst waarin op drie plaatsen het GDM zit; ’s morgens voegen we (in een bilateraaltje met het secretariaat) nog een Zwitsers voorstel voor het GDM toe, om de onderhandelingsruimte wat groter te maken. Niet slecht. Gaat het dan toch nog lukken?
Tijdens de lunch EU-coördinatie. Onze onderhandelaar vraagt onze mening over zijn aanpak. Voorzichtig suggereer ik dat zijn inzet in deze tweede ronde gericht zou kunnen worden op de dingen die we echt wel/echt niet willen, en dat we flexibel zijn op de rest. Vervolgens (zucht) gaan we weer de hele tekst van een dossier door, woord voor woord. Daardoor komen we niet toe aan het  bespreken van onze strategie en inzet op het dossier ‘innovatieve financiele mechanismen’. In bilateraal overleg blijkt daarna bovendien dat het Verenigd Koninkrijk de referenties aan het GDM eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Argument: het is onvoldoende bekend en we hebben vragen bij de uitwerking. Raar. We slaan er het Tory-manifesto nog eens op na, en daar staat vrijwel letterlijk dat de nieuwe regering wil experimenteren met marktinstrumenten voor biodiversiteit.Ook het Zwitserse voorstel zal door VK worden aangepakt, dreigt het UK. Teleurgesteld slof ik naar de koffiebar. Boven mijn hoofd lachen de Hadada-ibissen weer, maar ze lijken me nu uit te lachen.

Op het matje
In de onderhandelingen gaat de EU-onderhandelaar intussen op dezelfde voet door. Hij creëert zoveel weerstand dat de EU op het matje wordt geroepen bij de voorzitter van de WGRI; alle (!) andere regio’s hebben zich beklaagd over de negatieve en halsstarrige opstelling van de EU. We spreken er intern over af dat we positiever gaan optreden, geen details uitvechten waar dat niet echt nodig is, maar het gaat al snel weer mis. We blijven steken in de orienerende bespreking van een derde dossier, en verliezen kostbare tijd. Het is nu 19.45 om 21.30 moeten we waarschijnlijk het gebouw uit. Dat betekent dat we vanavond pas de eerste oriënterende ronde afhebben, en dus morgen pas aan de echte onderhandelingen van de voorzittersteksten gaan beginnen, voor alle drie de dossiers. En daar zit dan nog EU-coordinatie tussen. Kunt u het nog volgen? Ik niet. Ik zie het somber in, en ben bang dat in het gedrang het GDM kind van de rekening wordt. Ik troost me met de gedachte dat we van heel veel Partijen wel positieve reacties hebben. Sommigen stellen zelfs dat we dat hele Biodiversiteitsverdrag niet nodig hebben voor de GDM. Dat is waar. Ik ga me maar richten op een ‘buitenparlementaire actie’ om het GDM op de been te helpen, met hulp van Noorwegen en Zwitserland.
Buitenparlementair. Actiegericht. Concreet. Hmmm. Klinkt goed. De Nederlandse overheid met een NGO-aanpak. Maar wel netjes. Geen valsheid in geschrifte.

Arthur Eijs

secretaris Taskforce Biodiversiteit en werkzaam bij VROM